Fase 7: Nazorg
Voor een cliënt die dankzij zijn grote afstand tot de arbeidsmarkt voor lange tijd uit het arbeidsproces is geweest, kan het aanvaarden van werk een grote impact maken. De cliënt wordt dan geconfronteerd met veel veranderingen (Tijken, 2012). Er moet ruimte worden gemaakt om de nieuwe werksituatie in te passen in de bestaande thuissituatie. Dit kan voor heel veel stress en zelfs angst zorgen. Nazorg richt zich op alle activiteiten die nodig zijn om de aangegane dienstbetrekking naar tevredenheid van alle betrokkenen te laten verlopen.
Nazorg van de cliënt
Volgens Tijken (2012) moet de arbeidscoach zich tijdens de nazorg richten op zowel de privésituatie als de werksituatie van de cliënt. Tijdens de nazorgcontacten onderzoekt de arbeidscoach drie verschillende aspecten:
- De ondersteuning en stimulans van de omgeving
- De Omgang met financiën
- Eventuele praktische problemen zoals huishoudelijke taken of kinderopvang
Naast de privésituatie zijn er verschillende aspecten die de arbeidscoach bij de nazorg moet betrekken in de relatie tussen de cliënt en de werksituatie. Deze worden hieronder kort behandeld:
1. De uitvoering van het werk
Dit aspect richt zich op de vraag of de cliënt kan voldoen aan de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van het takenpakket.
2. De arbeidsomstandigheden
Dit aspect richt zich op de vraag of alle omstandigheden op het gebied van veiligheid, welzijn en gezondheid binnen het bedrijf aanvaardbaar zijn.
3. De arbeidsverhoudingen
Dit aspect richt zich op de vraag of sprake is van een prettige omgang met collega’s en leidinggevenden. Hierbij is het belangrijk dat de cliënt zich kan vinden in de cultuur en sfeer binnen het bedrijf.
4. De motivatie en het doorzettingsvermogen
Dit aspect richt zich op de vraag of het de cliënt lukt om voldoende energie in zijn werk te steken om naar behoren te functioneren. Hierbij is het belangrijk dat het werk ook een zekere mate van voldoening geeft.
De intensiteit van de nazorg dient te worden vastgesteld door de arbeidscoach. Als de plaatsing tot stand is gekomen door de inzet van specifieke (re)-integratie-instrumenten, is er vaak een uitgebreidere vorm van nazorg nodig. De arbeidscoach toetst dan de werking en uitvoering van de instrumenten en maakt aan de hand daarvan een nazorgprogramma. In dit programma staan dan de frequentie van contact en de duur van de nazorgfase.
Vormen van nazorg
Tijken (2012) onderscheidt vijf vormen van nazorg. Deze zijn opgesteld van meest eenvoudige vorm tot aan de meest intensieve vorm:
- Telefonisch contact
- Terugkeerbijeenkomsten
- Bezoek op de werkplek door de trajectbegeleider
- Job coaching
In het geval van job coaching is de rol van de arbeidscoach heel groot. De cliënt wordt dan geholpen bij alles van de introductie bij het bedrijf tot het inwerken en het contact met de werkgever en collega’s.
Inpassing van nieuwe medewerkers
Tijken (2012) onderscheidt drie fasen met betrekking tot het socialisatieproces. Dit zijn dezelfde fasen die men onderscheidt binnen de organisatiepsychologie. Een cliënt doorloopt vanaf het begin van zijn werk deze fasen:
- Anticiperende socialisatie: de Cliënt neemt in een vroeg stadium bepaalde gedragingen en normen over die hij uit de sollicitatieprocedure heeft opgedaan. Op deze manier probeert de cliënt zich voor te bereiden op zijn rol verwachting.
- Daadwerkelijke socialisatie: dit is de inwerkperiode waar de cliënt kennis en vaardigheden opneemt, sociale contacten aangaat en reageert op gedrag van collega’s.
- Mineralisatie: Na verloop van tijd raakt de cliënt ingeburgerd doordat hij de in de organisatie geldende normen en waarden overneemt en zijn eigen maakt.
Maak jouw eigen website met JouwWeb