Fase 2: Diagnostiek

Volgens Tijken (2012) kan het zijn dat nader onderzoek in sommige gevallen noodzakelijk is voordat een Plan van Aanpak kan worden opgesteld. Als dit het geval is kan er gebruik worden gemaakt van diagnostiek waarbij verder onderzoek naar de cliënt wordt gedaan. Het is hierbij belangrijk dat de arbeidscoach de doelstelling van de diagnostiek duidelijk voor ogen heeft en dat hij weet welke vormen van diagnostiek noodzakelijk zijn om in te zetten. Het doel van de diagnostiek is uiteindelijk altijd om aan trajectbegeleiding te kunnen beginnen. Volgens Tijken zijn er twee categorieën waarop nader onderzoek zich kan richten:

  • Zelfanalyse: ‘ten behoeve van inzicht in de persoon(lijkheid) van de cliënt’
  • Arbeidsmarktanalyse: ‘ten behoeve van het toekomstige beroep van de cliënt’

De arbeidscoach moet inschatten op welke categorie het onderzoek gericht is. Tijken schrijft hierover: ‘het vaststellen van de juiste weg is een inschatting die je als arbeidscoach maakt over de zwaarte van het aanvullend onderzoek’. We onderscheiden drie gradaties:

  1. Geven van huiswerkopdrachten

Huiswerk opdrachten zijn gericht op het aan het werk zetten van de cliënt. De cliënt wordt aangezet om zelf na te denken over het onderwerp waarop de diagnostiek gericht is. Het voordeel van deze gradatie is dat de cliënt zelf tot inzichten kan komen. Dit werkt vaak beter dan door de trajectbegeleider uitgevoerde onderzoeken omdat het vanuit de cliënt zelf komt. Een voorbeeld van een huiswerkopdracht kan variëren van een snuffelstage tot een lijst maken met de sterke en zwakke eigenschappen.

  1. Verstrekken van onderzoeksinstrumenten

Soms is een huiswerkopdracht niet genoeg voor een cliënt. In dat geval is het noodzakelijk om meer gevalideerde en meer betrouwbare instrumenten te gebruiken. Tegenwoordig is er een heel groot aanbod aan doe-het-zelftesten. Een cliënt kan dan (met eventuele hulp van de arbeidscoach) de test zelf invullen. Een voorbeeld van dit soort testen is de competentietest van de website www.werk.nl. Een ander goed voorbeeld is het beroepskeuzezelfonderzoek (BZO) van Smets & Zeitlinger. Dit gevalideerde instrument brengt het willen (door vragen over interesse in beroepen) en kunnen (door vragen over vaardigheden en eigenschappen) van de cliënt in kaart door middel van testen. Het voordeel van onderzoeksinstrumenten is dat de bevindingen voort komen uit de losse vragen die de cliënt beantwoord. Zo hoeft een cliënt niet geheel zelf tot inzichten te komen.

 

 3. Tool Nederlandse Beroepsorientatie
Mocht het zijn dat de client moeite heeft met het kiezen van een realistisch wensberoep m.b.t. het vormen van een loopbaanplan, dan kunnen ze gebruik maken van de bovengenoemde tool. De Tool Nederlandse Beroepsoriëntatie is een instrument voor arbeidscoaches van SNV, die ze kunnen gebruiken tijdens de individuele begeleiding van een cliënt. De tool bestaat uit vijf stappen en dit stappenplan is samengebracht op deze website. Het is overigens een verplicht onderdeel van het arbeidsparticipatietraject, dat na het kennismakingsgesprek met de cliënt stapsgewijs uitgevoerd dient te worden.

Zie hiervoor de onderstaande website:

http://tool-nederlandse-beroepsorientatie.jouwweb.nl/

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb