Fase 1: Intake
De eerste fase bij een traject is de intake. Het doel van de intake is om feitelijke informatie over de cliënt te verzamelen en om vast te stellen welk traject je met deze cliënt moet ingaan. Volgens Tijken maakt elk re-integratiebureau gebruik van andere methodieken maar zijn er toch altijd vier elementen die dienen terug te komen:
1. Basisvoorwaarden voor trajectbegeleiding:
er moet vastgesteld worden of de cliënt voldoet aan de basisvoorwaarden die nodig zijn om met succes een traject te doorlopen. Volgens Tijken zijn deze basisvoorwaarden motivatie, een realistische kijk op de toekomst, voldoende kennis van de Nederlandse taal, een positieve houding naar arbeid, hanteerbaarheid van belemmeringen en beschikbaarheid. Als aan deze basisvoorwaarden niet voldaan wordt, dan moet de cliënt een voortraject doorlopen om de belemmeringen weg te halen.
2. Feiten en beleving ten aanzien van arbeid gerelateerde aspecten:
Om een beeld van de kansen op de arbeidsmarkt te krijgen dient arbeid gerelateerde informatie verzamelt te worden. Volgens Tijken zijn de arbeid gerelateerde aspecten onder te verdelen in drie componenten:
- Feitelijke cursussen, opleidingen en trainingen
- het arbeidsverleden van de cliënt
- de sollicitatie-ervaringen van de cliënt
Bij het vaststellen van deze feitelijke informatie houdt de arbeidscoach rekening met de persoonlijke beleving van de cliënt. Dit geeft een idee van de cliënt zijn attitude naar bepaalde handelingen die later in het integratietraject zullen terugkomen. Zo kan het zijn dat een cliënt slechte ervaringen heeft met cursussen waardoor hij daar minder voor open staat.
3. Feiten en beleving ten aanzien van de persoonlijke en sociale situatie van de cliënt:
Volgens Tijken (2012) heb je als arbeidscoach informatie over de persoonlijke en sociale situatie van de cliënt nodig. Bij het doorlopen van het traject geven uitsluitend arbeid gerelateerde aspecten een onvoldoende beeld van de kansen en bedreigingen die de cliënt zal tegenkomen op de arbeidsmarkt. De leefwereld van de cliënt kan namelijk bijdragen of afdoen aan zijn mogelijkheden. Tijken ziet drie belangrijke componenten van de cliënt zijn leefwereld:
- Feiten en beleving ten aanzien van het sociaal netwerk
- De dag- en vrijetijdsbesteding van de cliënt
- Persoonlijke informatie van de cliënt en steun uit de omgeving
4. Wensen, ideeën en verwachtingen van die cliënt ten aanzien van re-integratie
Tijken geeft aan dat het voor een arbeidscoach belangrijk is om kennis te nemen van de cliënt zijn opvattingen over integratie. Het moet duidelijk zijn welke verwachtingen en ideeën die cliënt heeft van het traject, de arbeidscoach, een toekomstig beroep, zoeken van vacatures en oriëntatie op opleiding. Werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben soms een vertekend zelfbeeld met overschatting of onderschatting tot gevolg.
Volgens Tijken maakt de arbeidscoach na het afnemen van de intake de balans op. Dit heeft drie mogelijke conclusies tot gevolg. Als de informatie volledig en inzichtelijk is stelt de arbeidscoach een rapportage van de intake en een Plan van Aanpak op. In het Plan van Aanpak worden alle activiteiten vermeldt die noodzakelijk zijn om de cliënt in passend werk te kunnen plaatsen. Als er belangrijke informatie ontbreekt of een deel van de basisvoorwaarden ontbreekt, dan wordt dit in een rapportage onderbouwd en een advies gegeven voor een voortraject. Het kan ook zijn dat de arbeidscoach een aanvullend onderzoek nodig heeft voordat een trajectplan kan worden opgesteld. Hierover gaan we verder in fase: diagnostiek.
Maak jouw eigen website met JouwWeb